Voetbal verbindt familie Vlak

2019 | Twee generaties in het eerste van Volendam

Ze komen uit een echte voetbalfamilie, de gebroeders Vlak. De oudste (Gerry) speelde tot het seizoen 2019-2020 in het eerste elftal van Volendam. Hij voetbalde daarna bij IJsselmeervogels in de Tweede Divisie en gaat volgend seizoen aan de slag bij Koninklijke HFC. De middelste (Jari) was tot voor kort een vaste waarde op het Volendamse middenveld, maar speelt momenteel in de Eredivisie bij SV Emmen. En tenslotte de jongste broer Dion die staat onder de lat staat bij Jong Volendam. Alle drie zijn kleinzoons van oud eerste elftal-speler Gerrie Vlak. Deze bezorgde als spits menig verdediger de kriebels in de jaren zestig. Opa Gerrie Vlak is apetrots op zijn drie kleinzoons. Hij bezoekt zoveel mogelijk de wedstrijden van de jongens. Enerzijds is hij lovend over de prestaties van zijn kleinzoons “Gerry is heel balvast, Jari is kopsterk, Dion is sterk met uitkomen”, maar anderzijds kan hij ook kritisch zijn. Kleinzoon Gerry: “Soms is het vervelend, maar meestal heeft hij gelijk. Ik weet dat hij het positief bedoelt, het is opbouwende kritiek. Hij haalt je niet naar beneden.” Hetzelfde geldt voor vader André, die meestal op één lijn zit met zijn vader. “Dan krijg je het twee keer te horen en moet je wel eens slikken.”

Vader André en moeder Miranda zijn eveneens enorm betrokken. André gaat zelfs mee naar de uitwedstrijden, Miranda beperkt zich meestal tot de thuiswedstrijden. “Ik ga uit alleen mee als we er een leuk dagje van maken gecombineerd met de voetbalwedstrijd.” Vader en moeder zitten niet bij elkaar op de tribune. “Ik zit met bij de spelersvrouwen.” Vader André: “Ik bezoek de wedstrijden van FC Volendam vanaf mijn zevende. Al jaren doe ik dat samen met een groep vrienden: Richard Veerman (Klaus) – vader van Heerenveen-speler Joey Veerman -, Henk Kwakman, Fred de Boer en Thoom Smit. Dat is niet veranderd toen onze zoons bij de selectie kwamen. We hebben een seizoenkaart op de Jaap Jonktribune.” Voor zover de trainingen en wedstrijden het toelaten bezoeken de jongens ook elkaars wedstrijden.


Opa Gerrie Vlak met vlnr. zijn drie kleinzoons Gerry, Jari en Dion.


Vervanger De Knoest
Gerrie Vlak werd geboren op 22 februari 1942 en mag misschien wel de grondlegger van de voetbalfamilie Vlak genoemd worden. Hij mocht als 18-jarige op 30 april 1960 voor het eerst meespelen in de Volendamse hoofdmacht, die bezig was aan het moeizame eerste eredivisieseizoen. Het werd een gedenkwaardig debuut waarin hij met een kopbal voor het enige en winnende doelpunt zorgde in de thuiswedstrijd tegen NAC. Helaas kon de zege de club niet behoeden voor degradatie.

Gerrie was vooral een kopsterke spits, die de pech had dat hij doorbrak in de glorietijd van Dick Tol (Knoest). Dick was de onbetwiste nummer één voor dezelfde positie als Gerrie, die zijn opwachting mocht maken als hij geblesseerd was. Hierdoor bleef zijn rol voornamelijk beperkt tot invalbeurten. Mede daardoor kwam hij maar tot 31 competitiewedstrijden in het eerste elftal. Wellicht had hij in zijn jonge jaren verder kunnen komen als hij niet in de vis werkzaam was geweest. Hij kon zich door zijn werk niet optimaal op het voetbal storten. “Ik heb een mooie maar ook vreselijk drukke tijd meegemaakt als voetballer. Ik was destijds bedrijfsleider in een viswinkel in Amstelveen. Overdag kon ik niet met de selectie meetrainen. Als ik dan klaar was in de viszaak en om zeven uur s’avonds in Volendam arriveerde, stapte ik op de Julianaweg bij het voetbalveld uit en kreeg aparte training van Ron Dellow, en later van Hans Croon. Na de training ging ik pas naar huis. Was het eten en naar bed, want de volgende dag ging om vijf uur de wekker weer. Ik vergde veel van mijn lichaam. De hele dag stond ik in de viswinkel en dan kwam het voetballen er nog bij. Ik heb er een paar versleten knieën van overgehouden.”

Bijzondere herinneringen heeft hij aan de eredivisiewedstrijd Willem II-Volendam van zaterdag 8 juni 1963. Volendam was opnieuw in een degradatie strijd verwikkeld, maar De Knoest was geblesseerd geraakt. “Ze stonden net onder ons. Het was de eerste dag van de nieuwe haring, maar ik moest meedoen. In de cafetaria van Jup Kras verzamelden wij altijd voor vertrek. We gingen een dag eerder, op zaterdag, al weg naar Oisterwijk. Ik moest die dag 1.500 nieuwe haringen schoonmaken. De spelersbus pikte mij op bij de Berlagebrug op de Utrechtseweg, waar ik door een taxi was afgezet. Ik weet nog dat het 35 graden was die dag.” Dankzij twee doelpunten van Gerrie Vlak en twee van Johan Pelk won Volendam het cruciale duel met 4-2, waardoor de Tilburgers degradeerden en Volendam er een derde Eredivisieseizoen aan vast kon plakken. “Na afloop kwam de voorzitter van Willem II naar me toe. ‘Nou spelen ze een keer zonder De Knoest en dan blijkt die invaller net zo makkelijk te scoren’. Het was natuurlijk feest in de bus op de terugweg.”

Ondanks zijn beperkte inbreng kwam hij tot een totaal van 12 doelpunten, waarvan drie in zijn laatste seizoen 1969-1970. In de tussenliggende jaren speelde hij meerdere seizoenen voor Volendam 3, het hoogste amateurteam van de vereniging. “We streden meestal met Ajax 3 om de titel. Ik hoor de trainer van de Amsterdammers nog roepen ‘je moet die spits in de gaten houden’. Ik maakte er soms vijf of zes in een wedstrijd. In het derde werd ik telkens topscorer en was ik met het team twee keer kampioen van Nederland. Dat team was de kweekvijver voor het eerste. Wij speelden altijd om 12.00 uur op zondag en er stonden soms 1.000 toeschouwers langs de lijn.” Na zijn jaren in het betaalde team en Volendam 3 moest Gerrie de voetbal verlaten door de werkzaamheden in zijn viswinkel.

Toen hij rond zijn 58e daarmee stopte is hij de kleinste jeugd van de Volendamamateurs gaan trainen. Hij werd benoemd tot lid van verdienste vanwege de vele jaren dat hij zich had ingezet voor de voetbal. Fysiek werden de trainingen aan de jeugd te zwaar, waarop hij besloot hiermee te stoppen. “Na het overlijden van Jan Plat (Bot) heb ik ook nog vijf, zes jaar in het supportershome geholpen.” Hoewel door oud-betaald voetballers wel eens met melancholie naar het verleden wordt gekeken, is hij niet van mening dat het vroeger beter was. “Ik vind dat het spel nu van een hoger niveau is dan vroeger in onze tijd. Er wordt ook veel meer getraind.”


Volendam in het seizoen 1969-1970. Staand vlnr. Hans Croon (trainer), Jan Kwakman (Brak), Bruin Steur (Assistent-trainer), Jan Smit (Pitjes), Gerrie Vlak, Klaas Sier (Kits), Jaap Zwarthoed (Vracht), Jan Ruiter, Klaas Zwarthoed (Vracht), Piet Butter (Verzorger), Jan Schokker (manager). Gehurkt vlnr. Jan Bond (de Koe), Meeuwis Majoor, Jaap Jonk (kleine Kip), Jaap Braan, Arnold Mühren, Wim Kwakman (Ballap), Klaas Plat en Jannie Mühren.


Ups en downs
Vreugde en teleurstellingen liggen dicht bij elkaar. Zoals zijn opa het betaalde team het ene jaar behoedde voor degradatie en het andere jaar voor het derde uitkwam, zo moest kleinzoon Gerry Vlak ervaren dat de basisplaats die hij in het seizoen 2015-2016 veroverde geen garantie bood voor de seizoenen daarna. Hij werd van de onbetwiste basisspeler, vanaf 2018 een speler die het veelal moest met invalbeurten. Gerry heeft daarom – mede met het oog op zijn maatschappelijke toekomst – de keuze gemaakt om na het seizoen 2019-2020 bij IJsselmeervogels te gaan voetballen in de Tweede Divisie. Hij speelde in totaal 72 competitie-wedstrijden in het eerste elftal.

Jari Vlak, vernoemd naar oud-Ajacied Litmanen, debuteerde in het seizoen 2017-2018 in eerste elftal in de bekerwedstrijd tegen Willem II. Dit seizoen (2020-2021) raakte hij zijn basisplaats kwijt nadat hij in oktober aanwezig was geweest op een illegaal feest. De club legde hem vervolgens een disciplinaire schorsing op. In de weken daarna lukte het hem niet meer om een basisplaats af te dwingen. Vlak na de winterstop werd bekend dat hij de club per direct zou verlaten. Hij tekende voor 2,5 jaar bij eredivisieclub FC Emmen. Hij speelde tot dan 71 competitiewedstrijden in het eerste elftal en scoorde daarin 9 keer.


13 oktober 2019, Volendam - Den Bosch (1-1). Gerry Vlak stuit in de laatste minuut op Den Bosch-keeper Van der Steen. Foto Fred Rotgans.


20 december 2019, Volendam - De Graafschap (3-3). Jari Vlak is meester over de bal. Foto Fred Rotgans.


Reacties
Omgaan met teleurstellingen hoort bij het ontwikkelingsproces dat een voetballer doormaakt. Vader André: “Je moet eigenlijk eelt op je ziel krijgen. Zeker in Volendam, waar de gemiddelde inwoner een successupporter is: als het goed gaat komen ze, als het minder gaat blijven ze weg. Een Volendammer neemt geen blad voor de mond. Soms is het begrijpelijk. Als ik van boven op de tribune het veld goed kan overzien, dan is het makkelijker om te bepalen waar de bal naartoe gespeeld moet worden. Wanneer je op het veld tussen een paar tegenstanders staat die je van de bal moet weghouden, dan heb je niet de tijd om op je gemak langs iedereen heen te kijken. Dan moet je in een fractie van een seconde beslissen. Daarnaast weet een kijker niet hoeveel reserves een speler nog heeft, nadat die een paar keer achter elkaar diep is gegaan. Die kan dan net een moment van bijtanken hebben. Het publiek zou daar ook bij stil kunnen staan.” Opa Gerrie: “In mijn tijd was dat niet anders.” Moeder Miranda: “Veel Volendammers hebben een mening. Ze zeggen vaak iets negatiefs terwijl ze niet weten dat ik de moeder ben.” Vader André: “De reacties hangen nauw samen met het resultaat. Als het goed gaat hoor je ook hele leuke reacties.” Moeder Miranda: “Zeker uit je directe omgeving krijgen we heel veel mooie reacties.” Gerry debuteerde op 21 augustus 2015 in de uitwedstrijd tegen FC Dordrecht. “Daarna ontplofte onze telefoon bijna van de WhatsApp-berichten. Van onze buurman Peter Runderkamp van de slagerij kregen we de dag na zijn debuut een prachtige fotocollage met o.a. het entreekaartje van de wedstrijd. Hetzelfde deed hij na het debuut van Jari. Dat doet je als ouders dan toch wel erg goed.”

Dion Vlak
Het debuut voor de jonge doelman Dion Vlak in eerste elftal moet nog volgen, maar in een oefenwedstrijd van het Jong Volendam op 19 augustus 2017 tegen Rijnvogels stond hij met zijn twee broers op het veld. “Ik was als reserve mee, omdat er wat keepers ontbraken. Onverwacht moest Jordi van Stappershoef afzeggen, waardoor ik op doel kwam te staan. In het veld stonden Gerry en Jari, zodat we in ieder geval al een keer met zijn drieën hebben gespeeld.”

Hij staat momenteel onder de lat bij Jong Volendam en heeft een druk trainingsschema. Naast de groepstrainingen, krijgt hij nog individuele keeperstraining van Edwin Zoetebier. ”Het is niet normaal zoveel als je leert. Hij is heel streng en komt soms boos over, maar hij probeert alleen maar te helpen. Hij kan natuurlijk putten uit zijn eigen ervaringen, waarmee hij theorieën heeft ontwikkeld die hij ook toepast in zijn keepersschool. En het mooie is, het werkt echt.” Naast het voetballen volgde hij de MBO-opleiding Sport en Bewegen en wil zich verder specialiseren richting gymleraar of iets in de fitnessbranche.

Tweestromengedachte
Ook Gerry- en Jari Vlak hechten veel waarde aan een goede opleiding naast het profvoetbal. Gerry heeft zijn master actuariële wetenschappen binnen. Jari is nog bezig met een universitaire studie rechten. Jari: “Het is soms wel pittig. Ik woon bijna geen colleges bij door het voetballen, dus dan moet je heel gedisciplineerd zijn.” Het belang van een gedegen opleiding wordt ook door vader André beaamt: “Ik denk dat veel Volendammers er zo over denken, ik noem het de tweestromengedachte. Je kunt alles op de voetbal gooien, maar als het mislukt dan heb je niks. Je moet het wel kunnen opbrengen om na het voetballen – je grootste hobby – energie te steken in een studie. Opvallend veel Volendamse voetballers blijken een HBO of universitaire studie afgerond te hebben. Keje Molenaar, Gerry Koning en Cees Keizer hebben de universiteit voltooid, terwijl jongens als Jack Tuijp, Maurice Buijs en Leon Tol een HBO-opleiding hebben gevolgd. Soms hebben ze er wat langer over gedaan, maar dat is niet erg.” Moeder Miranda: “Het is voor ons normaal. Zoals wij naar het werk gaan, gaan zij naar de voetbal of naar school. Het hoort erbij.”

Cup de Wigge
Het is natuurlijk voetballen wat de klok slaat in huize Vlak, maar moeder Miranda Vlak heeft daar geen moeite mee: “Je groeit daarin mee. Ik ben heel trots op wat ze tot nu toe bereikt hebben. Ze zeuren nooit.” Vader André: “Vanaf hun zesde voetballen ze, maar ze hebben nooit een training gemist en ook nooit geklaagd dat ze weer naar een training moesten. Ze hebben ook geluk gehad dat ze in een buurt zijn opgegroeid met veel ouders en kinderen die verzot zijn op het spelletje. Dat stimuleert alleen maar. Behalve onze jongens zijn er meer die vanaf het begin alle selectieteams van FC Volendam hebben doorlopen.” Wat de populariteit van het voetballen zeker goed heeft gedaan is het jaarlijkse toernooi om de Cup de Wigge. Vader André: “We hebben dat 13 jaar georganiseerd voor de buurtkinderen tot en met groep 8. Op het hoogtepunt deden er 75 mee. Walter de Wit had twee doeltjes gemaakt bij zijn werkgever Hein Tol (Nonnie). Jan Smit (Jits) van de botters maakte de netten. Met de aanhanger van de buurman haalden we de boardings op die we met instemming van Kick Bond (Sport) mochten lenen uit de voetbalhal. Miranda verzorgde de hapjes en drankjes voor de toeschouwers. En er was een echte beker voor het winnende drietal. Ieder jaar werd er weer naar uitgekeken. Eenmaal hebben we een apart toernooi voor de ouders gehouden, maar dit pakte verkeerd uit: er ontstonden zoveel blessures dat het onverantwoord werd.” Gerry Vlak: “De Cup de Wigge is een enorme stimulans geweest voor de ontwikkeling van de voetballers in deze buurt. We hadden hier veel goede spelers zoals Joey Veerman, Brian Plat, Jim Beers, Marco Speijk, Stan Veerman, Kees Beers, Tom Schokker (Dalm), Milan Blom, Jack Steur, Mike de Boer en Marco Klouwer. Het is alleen jammer dat ik hem nooit heb gewonnen.” Moeder Miranda: “Daar zit nog een verhaal aan vast. In de finale speelden de teams van Gerry en Jari tegen elkaar. André was scheidsrechter. Gerry ging alleen op doel af en leek te scoren, maar werd aan zijn shirtje getrokken door Jari. André zag het niet en besloot na protesten aan Jari te vragen of hij zijn broer had vastgehouden. Deze antwoordde ‘nee’, waarna het team van Jari winnaar werd. Na afloop in huis vroeg André het nog een keer waarop Jari toegaf dat hij had gejokt, maar dat ze dat in het echt toch ook doen.”


De jaarlijkse strijd om 'Cup de Wigge' in volle gang.