Bekerfinale die niet gewonnen kon worden

1995 | Feyenoord zet Volendam de voet dwars

Het seizoen 1994-1995 van de KNVB beker, was de 77ste editie van de Nederlandse beker. Tijdens deze editie werd Amstel de sponsor van het toernooi en veranderde de naam in Amstel Cup. Deze naam zou de komende tien jaar worden gebruikt. Volendam bleek in dit bekertoernooi een lastig elftal om te verslaan. Met een verdedigend concept en met snelle voorhoedespelers werd menig tegenstander tot wanhoop gedreven. Volendam groeide in het toernooi en schakelde ondertussen AZ, Vitesse, Heracles en vervolgens FC Utrecht in de halve finale uit. Trainer Wim Rijsbergen vertelde telkens tegen de pers: “ik heb niet gezegd dat we moeten verdedigen, maar het loopt gewoon zo.” Maar diverse spelers lieten zich in die periode ontvallen dat als je ook maar tien centimeter aan je mannetje gaf dan kreeg je een veeg uit de pan van de trainer.

In de finale op 25 mei 1995 was Feyenoord de tegenstander. Feyenoord mocht in de eigen Kuip proberen om voor de vierde keer in vijf jaar de beker in Rotterdam te houden. Volendam werd ondersteund door 7.000 eigen supporters. Met ondermeer 44 bussen waren zij naar Rotterdam gereisd, uitgezwaaid door de achterblijvers. Bij Feyenoord zat een toen nog rokende Wim van Hanegem als trainer op de bank. René Binken vertelde naderhand: “Feyenoord was vooral een fysieke ploeg, met beesten zoals De Wolf, Van Gobbel, Fräser en Heus. Kiprich was echt heel goed, dat vond ik een mooie voetballer. Ze hadden Rob Witschge, Peter Bosz (huidige trainer Bayer Leverkusen) en voorin aan de buitenkant Gaston Taument en Regi Blinker. Ajax en PSV lagen ons altijd beter. Dat seizoen speelden we thuis 2-2 tegen hetzelfde Ajax dat later de Champions League zou winnen. Feyenoord was voor ons gewoon een nare ploeg om tegen te voetballen. We hadden nooit geluk tegen ze, speelden slecht en verloren altijd. De dag voor de finale reden wij met de selectie naar een hotel in Rockanje. Wij kregen – en dat vind ik achteraf echt zonde – helemaal niks mee van de sfeer rondom de bekerwedstrijd: al die bussen die op de dag van de wedstrijd uit Volendam vertrokken en daar bij De Kuip aankwamen, daar hebben wij niks van gezien. Toen we het stadion binnenkwamen en het veld op mochten, waren er op dat moment nog niet zoveel Volendamse supporters binnen. Daarna gingen we voor de warming-up het veld op en toen was het al een heksenketel en keek ik niet meer naar het publiek.” .


De tekst gaat door na de foto's.


De uittocht van 44 bussen richting de Rotterdamse Kuip, uitgezwaaid door de thuisblijvers.

Optimisme en vreugde bij supporters voorafgaand aan de reis naar Rotterdam.


Feyenoord trok in de finale uiteindelijk aan het langste eind. Al liet Volendam zich niet zomaar opzij zetten. Een nadeel was het optreden van scheidsrechter Jaap Uilenberg. Het vijandige publiek maakte op hem grote indruk. Feijenoord probeerde met hard spel Volendam van zich af te houden en Jaap Uilenberg liet dit begaan. Zo solliciteerde Henk Fräser tweemaal naar rood vanwege trappen naar René Binken en vechten met Ulrich Wilson, maar de scheidsrechter stond erbij en keek ernaar. Nadat Gaston Taument de score had geopend, trok de ploeg van trainer Wim Rijsbergen de wedstrijd steeds meer naar zich toe. Op de tribune barstte dan ook een waar volksfeest los toen André Wasiman met een flinke pegel gelijkmaakte. De vreugde duurde tot 10 minuten voor het einde van de wedstrijd, toen één van de steunpilaren – keeper Edwin Zoetebier – het veld geblesseerd moest verlaten. Volendam raakte het momentum kwijt en Mike Obiku werd de held van Feyenoord. Hij schoof de bal in 81e minuut in het doel en trok juichend zijn shirt uit. Ed de Goey toonde even later de KNVB Beker aan het publiek.

Edwin Zoetebier vertelde over het breekpunt in de wedstrijd: “Trainer Wim Rijsbergen had onze linksback Edwin Hermans behoorlijk gek gemaakt, dus die was erg gefocust op zijn tegenstander Gaston Taument. Toen ze allebei op me afkwamen, riep ik keihard ‘los’. Maar Hermans maakte toch een sliding op de bal en kwam daardoor met mij in botsing. Vervolgens heeft het gewoon te lang geduurd, de wedstrijd lag te lang stil, waardoor wij het momentum kwijtraakten. De ernst van de blessure werd op dat moment niet goed ingeschat door mezelf en door onze verzorger. Ik wilde er bovendien niet uit, dus ik speelde nog enkele minuten door, maar het ging echt niet meer. Toen nam Feyenoord het over. Ontelbare vloeken heb ik op het veld gegeven”. René Binken bevestigde dit: “Wij zaten daarvoor vol adrenaline, er leek geen vuiltje aan de lucht. Toen lag de wedstrijd plots minuten lang stil en moest Edwin Zoetebier er ook nog uit. Mike Obiku kwam er – in de 71e minuut – meteen in bij Feyenoord, toen ging het publiek schreeuwen, waardoor wij overrompeld werden. Een klassiek voorbeeld hoe een wedstrijd kan kantelen door een situatie.”


De tekst gaat door na de foto's.


Henk Fraser in gevecht met Ulrich Wilson. Jaap Uilenberg zou het met de mantel der liefde bedekken.


Vreugde na de gelijkmaker van André Wasiman.


Na afloop was de teleurstelling groot. Edwin Zoetebier vertelde: Ik was na mijn blessure meteen doorgelopen richting catacomben en kleedkamer. Daar heb ik wel zitten janken. Ik had me er zo veel van voorgesteld… Later hoorde ik dat mijn vader ook had gehuild op de tribune. Vervolgens ontplofte De Kuip. Feyenoord had gescoord, want het geluid was zo hard, dat kon niet van Volendam zijn. Ik ben niet meer naar buiten geweest…”

René Binken had dezelfde gevoelens: “Ik weet nog dat Jozsef Kiprich meteen op de schouders ging bij Feyenoord: dat vond ik een leuke voetballer en daar dronken we na de wedstrijd wel eens een biertje mee, dat was een clown. Dat gunde ik hem. Maar de rest, alle feestelijke taferelen, daar walgde ik van. Je hebt een badjas aan, staat met een medaille in je handen en we liepen nog wel naar het vak waar de Volendam-supporters zaten. Dan zwaai je even en je bedankte ze. Maar je was niet blij. Ik had ook geen behoefte aan een shirt van een Feyenoorder. Ik heb mijn eigen shirt gehouden. Dat waren net nieuwe pakjes. En ruilen, een shirt weggeven, daar stond bij ons straf op. Vervolgens kwamen we uit de douche, zaten we daar in het spelershome met mensen die gewonnen hadden. Nee, da’s geen mooie herinnering.

Bij terugkomst in het dorp werden de spelers niet als helden binnengehaald. Edwin Zoetebier vertelde: “We kwamen terug in Volendam en het was doods. Niemand die ons stond op te wachten. Ik weet nog dat Piet Jonk en Kick Bond (Sport) er voor zorgden dat we nog twee borrels konden drinken in het stadion. Verder was er niks. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was geweest dat je de finale speelde. Maar ik sprak daarna veel mensen, die het mooier hebben ervaren dan wij als spelers. Iedereen heeft er een verhaal bij. Iedereen was dolenthousiast, dat maakte je dan weer iets vrolijker. En we hebben een videoband gehad van die dag, maar die is ergens in een lade beland. Ik hoefde de wedstrijd niet opnieuw te zien. Misschien de eerste tachtig minuten, maar de rest niet. Ik weet wat er komen gaat”. Voor Edwin Zoetebier had de finale ook nog een vervelende nasleep, want thuis bleek de ernst van zijn blessure. De kruisband was gescheurd. “Ik ben toen niet met vakantie geweest, ben alleen maar bezig geweest met het herstel. Zes jaar later, op diezelfde heilige voetbalgrond van De Kuip, won ik met Feyenoord de UEFA Cup. Hoe het leven kan lopen”.






Shirt dat speciaal voor de bekerfinale was ontworpen.

Het shirt (nr.8) van doelpuntenmaker André Wasiman.


Entreekaart van de KNVB Bekerfinale 1994-1995