Club langs de financiële afgrond

1999 | Bijna failliet naar financieel weer gezond

In het begin van seizoen 1998-1999 kwam de club FC Volendam in grote financiële problemen. Op 7 oktober 1998 maakte het bestuur bekend dat de club op sterven na dood was. De club had een acute vordering uitstaan van 1,25 miljoen gulden door de Generale Bank. Lukte dat niet, dan liep FC Volendam het risico per direct haar Betaald Voetbal-licentie kwijt te raken. De totale lening van geldschieter de Generale Bank bedroeg 7 miljoen gulden. De crisis was veroorzaakt door een aaneenschakeling van financiële tekorten en conflicten. Er was gerekend op de inkomsten uit televisierechten van Sport 7. Deze televisiezender was geen lang leven beschoren dus kon FC Volendam naar de centen fluiten, terwijl net het stadion duur was verbouwd. Nieuwe dompers dienden zich aan met het Bosman-arrest en de degradatie van de Eredivisie naar de Eerste Divisie.

Op 31 maart 1999 redde de coalitie CDA-Volendam '80 in de gemeenteraad uiteindelijk de club door het stadion te kopen voor 8,5 miljoen gulden. Hierdoor kon FC Volendam de schuld aan Generale Bank aflossen en de toekomst financieel wat zonniger tegemoet zien. Het bedrag zou middels een jaarlijkse huursom aan de gemeente worden terugbetaald. De club kreeg wel de taak om het begrotingstekort van 800.000 gulden zo te saneren dat het uitgaven- en inkomstenpatroon voortaan in evenwicht bleven.

Peter van de Rijt
In september 1999 werd door de KNVB het ingediende begrotings/saneringsplan van FC Volendam voor het nieuwe seizoen goedgekeurd. In dit plan was een groot deel van de financiering gedekt door een persoonlijke garantstelling en een sponsorcontract met het bedrijf Denksport, beiden afgesloten door de vice-voorzitter Peter van de Rijt. Van de Rijt werkte, vanaf januari 1999, als technisch directeur annex vicevoorzitter voor FC Volendam. Hij was door de toenmalige voorzitter Arjen Tuiten binnen gehaald. Peter van de Rijt was een controversieel figuur in de voetbalwereld met een waslijst aan schuldeisers. FC Volendam was daarvan op de hoogte, maar toch kon hij de boel naar zijn hand kon zetten. Dit was tekenend voor de chaos binnen de club in die periode. Zo werd er in februari 1999 voor de uitwedstrijd tegen Helmond Sport in Asten een tweedaags trainingskamp betrokken. Een cadeautje van Peter van de Rijt, met helaas vervelende gevolgen voor de beheerder van het Nobis Hotel. De rekening van 12.000 gulden werd nooit betaald. Na het trainingskamp in Asten volgde in augustus 1999 ook een luxueus verblijf van de spelers, trainers en de vice-voorzitter in het Franse Le Touquet, met als resultaat een schade voor het Parc Plaza hotel van ruim 30.000 gulden.

Zijn definitieve ontmaskering volgde toen de 'nieuwe' sponsor Denksport, voorafgaand aan de thuiswedstrijd tegen NAC Breda, op 7 november 1999 groots werd gepresenteerd. De uitgever van Denksport liet echter weten dat er geen enkel contract met FC Volendam bestond. De handtekeningen onder de bewuste verbintenis bleken te zijn vervalst, waarna Peter van de Rijt het veld moest ruimen. Van de Rijt verklaarde destijds tot zijn daden te zijn gekomen uit wanhoop over de financiële situatie van de club. Hij werd later veroordeeld tot 140 uur werkstraf en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.


De tekst gaat verder onder de foto's.


Op 7 november 1999 was er een grootste aankondiging van de 'nieuwe' sponsor Denksport, voorafgaand aan de thuiswedstrijd tegen NAC Breda.


Peter van de Rijt vertelde in de Voetbal International (VI) destijds zijn versie van gebeurtenissen.


Uiteindelijke redding
Half november 1999 hield FC Volendam er dan ernstig rekening mee dat de club als BVO ophield te bestaan. In die fase konden de salarissen niet op tijd worden betaald, werden in het dorp loten verkocht en werd er zelfs bij Ajax geld ingezameld om FC Volendam te helpen. De club dreigde gewoon failliet te gaan. FC Volendam moest binnen één week aantonen dat het zo’n 800.000 gulden kon betalen, om te voorkomen dat de KNVB de licentie introk. Ook kampte het met een huurachterstand van het stadion van 309.000 gulden aan de gemeente, die dreigde met een deurwaarder. De Raad van Commissarissen van FC Volendam, met voorzitter Henk Kras, lukte het om kort voor het verstrijken van het ultimatum van de KNVB een aantal sponsors bereid te vinden om het benodigde geld op tafel te leggen en om een betalingsregeling te treffen met de gemeente omtrent de huurschuld. Het huidige bestuur trad af en een nieuw bestuur met voorzitter Henk Kras trad aan. Sindsdien huurde FC Volendam het stadion van de gemeente. In de Raad van Toezicht van FC Volendam zat voortaan een aangewezen lid van de gemeente. Een periode van schuldensanering en het voeren van financieel gezond beleid brak aan. Vanaf die tijd was ‘je moet niet meer uitgeven dan je binnenkrijgt’ het motto.


Henk Kras was, in zijn bijna 20 jaar van bestuurlijke verantwoordelijkheid, niet alleen voorzitter van “zijn” club, sponsor, en naamgever van het stadion, maar bovenal supporter. Hij leidde Volendam van zo goed als failliet naar één van de gezondste betaald voetbal organisaties in Nederland.