Sparta - Volendam (4-3)

Wedstrijd gespeeld op 26 juni 1958

Eerste bekerfinale
Op zondag 26 juni 1958 schreef Volendam geschiedenis in een met 18.000 toeschouwers bezet Olympisch Stadion van Amsterdam. Het verloor, als Eerste Divisionist, de bekerfinale van het sterke Sparta met 4-3. "Dapper en onfortuinlijk Volendam ging in de bekerfinale eervol ten onder", waren de koppen uit de kranten de dag erna. Volendam speelde toen één van haar beste wedstrijden, maar twee zwakke momenten van keeper Jaap Keizer (Aaltje) en één eigen doelpunt van Klaas Karregat (Blubber) gaven de nekslag.

Aanloop
Voorafgaand aan de wedstrijd was de stemming in de ploeg goed. Men achtte zich in die tijd tegen niemand kansloos. Ook niet tegen Sparta, wat een trapje hoger speelde in de Eredivisie. Met die overtuiging ging men op weg naar het Olympisch Stadion. Maar voordat de spelersbus het stadion bereikte, kwam de bus vast te zitten in het verkeer. Zo'n 4.000 Volendamse supporters waren ook op weg, vervoerd door 23 bussen en vele personenauto's. Bestuurslid Kees Mossel verruilde zijn plek in de bus met een politieagent in een zijspan. Deze zijspan loodste de Volendammer bus via de trambaan naar het Olympisch Stadion.

Kunstlicht
Volendam beschikte in die tijd nog niet over kunstlicht. De wedstrijd begon met daglicht en gaandeweg werd het donkerder. Van te voren was in de spelersgroep al gesproken over met welke keeper ze moesten gaan spelen. Keeper Jaap Keizer (Aaltje) kon niet tegen kunstlicht, want hij was nachtblind. "Wel 200 lampen schenen in mijn gezicht", vertelde hij. "Zet Greuter er maar in en mij reserve", stelde hij zelf voor. Maar hij had een superseizoen gekeept en werd daarom overgehaald om toch op doel te gaan staan. Zijn slechte voorgevoel werd echter bewaarheid, want hij had schuld aan 2 van de 4 Spartaanse doelpunten.

Eerste Helft
Voor aanvang van de wedstrijd werd scheidsrechter Ausum gehuldigd door voorzitter Van Veen van de scheidsrechterscommissie met een boeket en oorkonde omdat hij zijn laatste wedstrijd floot.
Na 8 minuten kwam de handicap van Jaap Keizer (Aaltje) al aan het licht. Op het afstandsschot van Tinus Bosselaar van zeker 35 meter, reageerde hij niet. Volendam kwam via Jaap Smit (Jut) terug tot 1-1, nadat Ben Steur tegen doelman Andries van Dijk had opgeschoten. Nog geen minuut na Volendamse gelijkmaker tikte Klaas Karregat (Blubber) een voorzet van Tonnie van Ede van de rechterkant achter zijn eigen doelman, waardoor Sparta met 2-1 leidde. Vervolgens profiteerde Peet Geel van het feit dat Volendam, tot grote woede, nog geen muurtje had neergezet bij een vrije trap (3-1). Ik word er nu nog kwaad om, zou Klaas Karregat (Blubber) jaren later vertellen. "Toen gold de regel, er mag absoluut niet geschoten worden bij een vrije trap voordat de scheidsrechter gefloten. Wij wachtten daar op. Geel legde de bal neer en pats... doelpunt." Dat Volendam aansluiting hield, dankte het aan Dick Tol (Knoest) die een vrije schop achter Van Dijk kogelde (3-2). 

Tweede Helft
Na rust had Volendam zeker 20 minuten de overhand. Jannie Schilder (die dat seizoen bij Sparta speelde) maakte duidelijk hands in het 16-meter gebied, maar scheidsrechter Aussum weigerde een penalty te geven. Helaas viel het doelpunt aan de andere kant. Sparta-speler Ad Verhoeven kon ongehinderd oprukken naar het doel en zijn lage schot betekende 4-2, waarbij keeper Jaap Keizer (Aaltje) zich wederom niet verroerde. Dertig seconden later was het echter alweer 4-3. Uit een voorzet van Johan Pelk van de rechterkant kon Jaap Smit (Jut) zijn tweede doelpunt binnenkoppen. Daar bleef het bij, want Volendam bleek niet meer bij machte om de gelijkmaker te produceren. Het had de gehele wedstrijd achter de feiten aangelopen, en dat bleek teveel kracht te hebben gekost.


Elftalfoto van de bekerfinale op zondag 26 juni 1958. Vlnr staand: Dick Maurer, Japie Keizer (Aaltje), Klaas Karregat (Blubber), Jaap Smit (Jut), Dick Tol (Knoest). Vlnr zittend: Harmen Veerman (Poes), Johan Pelk, Ben Steur, Jintje Schilder (Koles), Gerrit Zwarthoed, Jaap Kroon (Snert). Foto: Wim van Rossem, Anefo.


Elftalfoto Sparta van de bekerfinale op zondag 26 juni 1958. Vlnr staand: Pim Visser, Jannie Schilder, Andries van Dijk, Hans de Koning, Ad Verhoeven, Freek van der Lee. Gehurkt vlnr. Tonny van Ede, Peet Geel, Wim van der Gijp, Piet de Vries en Tinus Bosselaar. Foto: Wim van Rossem, Anefo.


In de 18e minuut schiet Jaap Smit de terugspringende bal van Sparta-doelman Van Dijk binnen (1-1).


Bondsvoorzitter Toon Schreuder reikt de beker uit aan Sparta-aanvoerder Pim Visser. Rechts kijken de Volendam-spelers droevig naar de prijs die ze zijn misgelopen.